RondjeHaarlem.nl

Watergemaal Cruquius MuseumStoomgemaal De Cruquius is een uniek voorbeeld van neogotische architectuur in Nederland. Het gebouw heeft zware steunberen, spitsboogramen en kantelen. Binnen is veelvuldig gebruik gemaakt van gietijzeren ornamenten. De pompen werden aangedreven door de grootste stoommachine ter wereld. De imposante combinatie van techniek en architectuur maken het stoomgemaal De Cruquius tot een industrieel monument van wereldformaat. Aan bezoekers kan de werking worden gedemonstreerd.

Stoommachine

De trots van Cruquius Museum is de wereldberoemde stoommachine uit 1849, die in de machinekamer in volle glorie is te bezichtigen. De grootste cilinder te wereld, met een diameter van 3.66 meter, bevindt zich onder de bedrijfsvloer. De acht pompen bevinden zich aan het eind van de balansarmen. Iedere pomp bestaat uit een buis, zuiger en vlinderkleppen. De zuiger wordt met kettingen in de zuigerbuis bewogen. Elke pomp kan per slag 8.000 liter water bijna 5 meter omhoog pompen. Per minuut werden er 5 slagen gemaakt.

Het (voor demonstraties) op en neer bewegen van de zuiger in deze cilinder gebeurt nu met een modern hydraulisch systeem. Een enkele keer zorgt een storing in het systeem, bijvoorbeeld door blikseminslag, ervoor dat het niet mogelijk is de machine te laten bewegen. Deze storingen zijn over het algemeen snel verholpen.

Watermaquette en peilstok

De watermaquette van Nederland in het museum toont wat er gebeurt als het niveau van het zee- en rivierwater stijgt en er geen duinen en dijken zouden zijn. Alle lichtgroene delen van Nederland zouden onder water lopen en ongeveer 65% van de Nederlandse bevolking zou op zijn minst natte voeten krijgen.

Nederland heeft van vier kanten last van het water: de zee, de rivieren, het regenwater dat of teveel of te weinig valt en zout kwelwater (=zeewater) dat uit de bodem komt.

De maquette toont ook de historie van het ontstaan van de polders, waarbij iedere periode een andere aanleiding heeft en er steeds andere middelen worden gebruikt om het water weg te krijgen.

Droogmakerijen 

In de Middeleeuwen werden er al kleine poldertjes gemaakt door monniken, waarbij gebruik gemaakt werd van natuurlijke afwatering. In de 17e eeuw was er behoefte aan meer voedsel en dus landbouwgrond. De VOC-kooplieden wilden hun kapitaal vergroten en zij lieten voor eigen rekening en risico meren in Noord-Holland droogmaken. De beschikbaar gekomen grond werd verkopen of verpacht. Zo ontstonden de Beemster, Purmer, Schermer en Wormer. Zij werden drooggemalen met behulp van windmolens.

De meren tussen Amsterdam en Rotterdam vormden in de 19e eeuw in toenemende mate een gevaar voor de omliggende steden, doordat ze bij iedere flinke storm groter werden.  Deze meren werden of door molens en/of door stoommachines drooggemalen.

De polders van de 20e eeuw zijn ontstaan uit de behoefte aan landbouwgrond. Deze polders ontstonden door gebruik te maken van diesel- en elektrische gemalen.

Meer informatie over Museum Cruquius